Tandartsenpraktijk Tong
   Agaat 2
   3641 XB Mijdrecht

   0297 - 778 544

   info@tandartsenpraktijktong.nl



Nieuws

LOUISVILLE, VS – Een slechte mondgezondheid door parodontitis is al eerder in verband gebracht met het krijgen van reumatoïde artritis. Dit verband rust op één specifieke bacterie, blijkt nu uit onderzoek van de Universiteit van Louisville. De wetenschappers ontdekten dat de parodontitis veroorzakende bacterie Porphyromonas gingivalis zorgt voor een eerdere manifestatie, sneller verloop en ernstigere vorm van de ziekte.

Reumatoïde artritis is een aandoening waarbij de gewrichten gezwollen en pijnlijk worden. De onderzoekers ontdekten dat P.gingivalis de aanmaak stimuleert van een specifiek enzym, dat op zijn beurt verschillende lichaamseigen stoffen omzet in citrulline. Citrulline wordt door het afweersysteem van patiënten aangezien voor een ziekteverwekker, wat leidt tot een ontstekingsreactie. Dit mechanisme, citrulline-geïndiceerde artritis, wordt vaak in experimenten gebruikt om reumatoïde artritis na te bootsen. Andere orale bacteriën bleken het enzym niet aan te maken. De onderzoekers denken daarom dat deze bacterie de verklaring is voor de negatieve invloed van parodontitis op reumatoïde artritis.

Mondgezondheid wordt steeds meer in verband gebracht met systemische gezondheid. Zo zijn er wetenschappelijke studies verschenen die een correlatie vinden tussen mondgezondheid en een verhoogd risico op een beroerte, hart- en vaatziekten, alzheimer en diabetes.

De studie, getiteld ‘Porphyromonas gingivalis Facilitates the Development and Progression of Destructive Arthritis through Its Unique Bacterial Peptidylarginine Deiminase (PAD)’ verscheen in september 2013 in PLoS Pathogens.


Artikel uit Dental Tribune

Geplaatst op 26-10-2019

 
                                                                                                                                                    

Afbeeldingsresultaat voor slaapstoornis                    

AMSTERDAM – Mondhygiënisten spelen een belangrijke rol in het tijdig herkennen van bruxisme, reflux en obstructief slaapapneu. Het is daarom belangrijk dat deze beroepsgroep kennis heeft van slaapgeneeskunde, aldus dr. Ghizlane Aarab en prof. dr. Frank Lobbezoo in een interview gepubliceerd in Quality Practice. Samen modereren zij op 2 november de QP-dag ‘Wake-up call: slaapgeneeskunde is een blijvertje’.
Onderzoek naar slaapstoornissen vond oorspronkelijk binnen de geneeskunde plaats, maar de tandheelkunde manifesteert zich steeds sterker op dit gebied. “We worden nu gaandeweg meer gezien als partners voor universiteiten en onderzoekscentra,” vertelt Aarab, universitair hoofddocent aan ACTA. “Dit is vooral te danken aan obstructief slaapapneu. Dat verschijnsel kan behalve tot problemen in de mond ook leiden tot cardiovasculaire aandoeningen en door het verstoorde slaapritme zelfs tot auto-ongelukken. De industrie is daarop ingesprongen en heeft veel geld gestoken in de ontwikkeling van hulpmiddelen die het probleem moeten ondervangen. Dat helpt om het vakgebied aandacht te geven.”
Obstructief slaapapneu werd in eerste instantie behandeld met Continuous Positive Airway Pressure (CPAP). “Pas toen patiënten aangaven dat ze dat een onprettige behandelwijze vonden, is voor het eerst gekeken naar alternatieven,” licht Aarab toe. Dat heeft geleid tot de ontwikkeling van het Mandibulair Repositie Apparaat (MRA). Bruxisme heeft volgens Lobbezoo altijd al tot het domein van de tandarts behoord, omdat het directe gevolgen heeft voor de kwaliteit van het gebit.
De mondzorg is nog volop bezig om haar positie in de slaapgeneeskunde te bepalen. Volgens Frank Lobbezoo, hoogleraar Orofaciale pijn en disfunctie aan ACTA, ligt hier ook een taak voor mondhygiënisten. “Zij krijgen een serieuze opleiding van vier jaar, dus daarin moet ruimte bestaan voor dit onderwerp. Ook bij hen is kennis over de materie essentieel. Zij hebben meer tijd dan de tandarts voor het gesprek met de patiënt en dus meer gelegenheid om slaapgerelateerde tandheelkundige problemen te signaleren.” Lobbezoo benadrukt dat mondhygiënisten meer de poortwachters van de mondzorg worden en dat de tandarts hierin meer een tweedelijns functie krijgt. “Dan is het ook zaak dat ze kennis van zaken hebben en weten wanneer ze de patiënt naar de huisarts moeten verwijzen.”
Wanneer een patiënt prikkelbaar reageert is het zaak dat de mondhygiënist doordenkt: is de patiënt slaperig of depressief? Dit zou volgens Lobbezoo immers kunnen wijzen op obstructief slaapapneu. De huisarts zou in dit geval geïnformeerd moeten worden. Aarab benadrukt dat ook de tandarts hiervan moet weten, aangezien behandelaars elkaar op de hoogte moeten houden. “Verder moet de mondhygiënist ook de medische behandelmogelijkheden voor slaapstoornissen kennen. De patiënt kan beginnen over MRA of CPAP en dan moet de mondhygiënist wel weten waarover hij het heeft.” Die kennis is ook belangrijk, omdat die medische behandelmogelijkheden bijwerkingen kennen. Zo verandert MRA de gebitsstand en kan het bijvoorbeeld leiden tot een grotere speekselproductie.
Tijdens de QP-dag ‘Wake-up call: slaapgeneeskunde is een blijvertje’ op zaterdag 2 november 2019 worden mondhygiënisten door experts volledig bijgepraat over slaapgeneeskunde. Meer informatie op www.qualitypractice.nl. 

Artikel uit Dental Tribune
Geplaatst 12-10-2019
 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 10 van 44